• Klaas Van Rillaer

Offset drukken of digitaal printen?

Wanneer je drukwerk bestelt, moet je een aantal keuzes te maken. Een ervan is of je je publicatie in offset wil laten drukken, dan wel of je kiest voor digitaal drukwerk. In een aantal gevallen is de keuze overduidelijk. Dit is echter niet steeds zo. Dit artikel geeft wat meer inzicht in de verschillende drukvormen en in de keuze die je moet maken.


Offset drukwerk


Offset drukken is het traditioneel drukken met drukpersen waarbij de inkt via een tussendrager overgezet wordt op papier. De overgrote meerderheid van het offsetdrukwerk is 4-kleurendruk (quadri): cyaan, magenta, geel en zwart. Dit worden de CMYK-kleuren genoemd (Cyaan, Magenta, Yellow, Key = zwart). Door deze vier basiskleuren te mengen krijgt men een breed gamma aan kleuren. Dat betekent niet dat het onmogelijk is minder dan 4 kleuren in offset te drukken, maar als voor 1 kleurendrukwerk een pers gebruikt wordt die bedoeld is voor 4 kleuren, zal je vaak (merkelijk) meer betalen dan een vierde van de prijs voor kleurendruk. Kleinere drukkerijen kunnen bijv. een 2-kleurenpers hebben en zijn voor dat soort werk soms goedkoper dan grotere drukkerijen. Als zij op hun 2-kleurenpers quadri-werk willen drukken, moeten ze eerst cyaan en magenta drukken, dan hun pers grondig reinigen om daarna geel en zwart te drukken. Daardoor zijn ze voor quadri vaak duurder dan een grotere drukkerij.



We geven in een aantal stappen weer hoe het offset drukprocedé in elkaar zit.

Stap 1 – Het te drukken beeld maken

Het digitale bestand dat jij of je vormgever doorgestuurd hebt, wordt als het ware uit elkaar gehaald door elk beeldpunt uit je bestand om te zetten in een aantal minuscule stippen die op een aluminium plaat worden aangebracht. Deze plaat heeft een lichtgevoelige emulsie. De emulsie blijft enkel achter op de belichte plaatsen. Voor elke van de 4 basiskleuren wordt een plaat gemaakt.

Hieronder zie je de omzetting van een beeld in beeldpunten voor offsetdruk. Als we de beeldpunten fel uitvergroten, zie je dat de gele titel wordt opgebouwd uit grote gele beeldpunten en erg kleine cyaan of magenta of zwarte punten. Het blauwe vlak eronder heeft grote cyaan beeldpunten en nauwelijks gele. In werkelijkheid zijn de beeldpunten zo klein dat de verschillende beeldpunten samen (voor het menselijk oog) veel tussenliggende kleuren zullen opleveren. Rechts in het blauwe vlak zie je dat donkerblauw gemaakt wordt door de zwarte beeldpunten te vergroten. Bij het woord "en" zie je dat de beeldpunten van de verschillende kleuren ongeveer even groot zijn. Dat levert namelijk grijswaarden op.

Stap 2 – Het te drukken beeld op de pers laden

De (offset)platen (met hun typische grijze kleur en blauwe emulsie, zie foto) worden op de drukcilinder gespannen. De tijd die de drukker hiervoor nodig heeft is opnieuw zeer bepalend voor de opstartkost van het drukwerk. Bij moderne persen is dit proces geautomatiseerd, wat een grote tijdswinst oplevert. Wanneer de drukpers start, worden de platen eerst vochtig gemaakt. Alle delen van de plaat die niet met beeld gevuld zijn, nemen dit vocht op. De (belichte) plaatsen waar de emulsie achtergebleven is, nemen het vocht niet op.

Stap 3 – Het beeld in inkt omzetten


Wanneer de bevochtigde drukcilinder verder doordraait, passeert de plaat de inktrollen (zie schema). Hier wordt op elke plaat een inkt op oliebasis aangebracht. Omdat olie en water niet kunnen mengen, stoten de natte delen de inkt af. De belichte (niet-vochtige) delen van de plaat nemen de inkt wel op.

Drukkers spreken vaak over het 'vochtwerk' en het 'inktwerk'. In het schema wordt dit voorgesteld met 2 of 3 rollen, maar in realiteit zijn dat er merkelijk meer, met de bedoeling het vocht en de inkt heel gelijkmatig te verdelen en heel precies te kunnen bijsturen.


Stap 4 – De inkt overdragen op het papier

De inkt wordt nu overgedragen of afgezet op een rubberen doek (met zijn typische rode kleur, zie foto). Terwijl het beeld op de drukcilinder leesbaar is, is het beeld op het rubberdoek in spiegelschrift, omdat dat in de tegenovergestelde richting draait.

De cilinder met het rubberen doek draagt het beeld vervolgens over op het papier, waar het opnieuw gespiegeld wordt en dus opnieuw leesbaar is. Die dubbele overdracht of 'afzetting' van het beeld heeft het procedé zijn naam gegeven: "offset".

Om full color te drukken moet het papier langs de vier kleurenplaten passeren. Elke plaat wordt daarom in een druktoren geplaatst en op een cilinder gespannen. Zodra het drukken start, loopt het papier langs de vier torens (cyaan, magenta, yellow en key). Wanneer het papier deze gepasseerd is, worden de kleuren gemengd en krijg je het beeld zoals het op je bestand stond.

Hoewel het procedé met de 4 kleuren heel veel tussenliggende kleuren kan weergeven, kunnen lang niet alle kleuren in offset gedrukt worden. Daarom bestaan er ook drukpersen met vijf of meer torens, waarbij de 5de toren dan voor een supplementaire kleur kan zorgen, of voor een vernislaagje, of ...

Stap 5 – Afwerking

Na het drukken moet het papier vaak nog verder verwerkt worden (plooien, snijden, ...). Hier stoten we op een ander niet onbelangrijk verschilpunt met digitaal drukwerk. Hoewel de moderne offset-inkten snel drogen en men poeder kan verstuiven na de laatste drukgang, is het toch niet altijd mogelijk om offsetdrukwerk onmiddellijk verder te verwerken.

Wat we hier besproken hebben, zijn vellen-offset. Er bestaat ook rotatie-offset waarbij er geen stapels vellen in de pers geladen worden, maar een hele rol papier. Dit wordt vooral toegepast voor drukwerken met een zeer grote oplage: kranten, reclamefolders van zeer grote bedrijven, ...

Opstartkost en totale kost

Het aanmaken van de aluminiumplaten vormt een vaste opstartkost. De variabele kosten (papier, inkt) zijn echter minimaal. Dit is de reden waarom offset drukwerk voordeliger wordt naarmate de oplage hoger is. De drukplaten moeten slechts eenmaal aangemaakt, of het nu om een oplage van 500 of 100.000 exemplaren gaat.

Bij offsetdrukwerk moeten een aantal vellen papier (ook wel 'inschietvellen' genoemd) gedrukt worden vooraleer de pers ‘op kleur’ is. Dit kan snel oplopen tot 100 vellen. Dit is afvalpapier en dus niet goed voor het milieu. Soms heeft de drukker geluk en is de pers snel op kleur. De inschietvellen worden dan niet zomaar weggesmeten, maar meegeleverd en op die manier krijg je soms meer exemplaren dan je bestelde.

In deze beginfase wordt aan zeer lage snelheid gedrukt (enkele tientallen exemplaren per uur) en wordt geregeld een gedrukt vel nagemeten. Op basis daarvan wordt de pers bijgestuurd. Hierbij speelt de kost van de werkuren een belangrijke rol. Wanneer nadien aan een snelheid van duizenden exemplaren per uur gedrukt wordt, heeft deze kost amper nog een impact.

De opstartfase moet doorlopen worden voor een drukwerk van 500 of voor een van 100.000 exemplaren. Ook dit betekent een gelijke (opstart)kost, die dus veel zwaarder zal doorwegen in kleine oplagen.


Digitaal drukken

Het digitale drukprocedé is op vele punten vergelijkbaar met offset, maar er zijn ook belangrijke verschillen. In plaats van het beeld fotografisch te creëren, wordt het bij digitale druk elektrostatisch gecreëerd. In plaats van met natte inkt te drukken, wordt gekleurd poeder (toner) gebruikt. En terwijl bij offset de natte inkt in het papier dringt, wordt de toner in (maar vooral op) het papier gebakken.

Stap 1 – Het te drukken beeld maken


Deze stap gebruikt dezelfde principes als bij offset drukwerk. Het beeld wordt in dezelfde 4 kleuren gescheiden, om daarmee de tussenliggende kleuren te simuleren.


Stap 2 en 3 – Het te drukken beeld op de pers laden en omzetten in toner


Het beeld wordt elektrostatisch geladen op een lichtgevoelige drum (trommel). Wanneer deze trommel vervolgens de (eveneens elektrisch geladen) toner passeert; zal de toner enkel op de plaatsen met beeld achterblijven. Dit gebeurt voor elk van de CMYK-kleuren.

Een belangrijk verschil met offset-druk is dat in digitale druk het beeld voor elk exemplaar opnieuw uit de digitale data wordt geladen. Dit betekent dat we voor een volgend exemplaar de data ook licht kunnen wijzigen met bijvoorbeeld een andere aanspreking en we dus kunnen personaliseren.


Stap 4 – De toner overdragen op het papier


Het papier passeert de drums die elk hun toner op het papier achterlaten. De 4 kleuren vormen samen opnieuw het beeld dat moet gedrukt worden. Om dit beeld vast te houden, wordt de toner in, maar vooral op het papier gebakken. (Je kan digitaal drukwerk vaak herkennen als je het naar het licht houdt: de gebakken toner zal het licht anders reflecteren dan het papier zelf.)

De zeer snelle, zeer hoge verhitting (om en bij 400°C) stelt ook hoge eisen aan het papier. Dat moet bijvoorbeeld een gelijkmatige dikte en vochtigheid hebben om te vermijden dat de beeldpunten op verkeerde plaatsen terecht komen naarmate het papier uitzet door de verhitting. Vandaar dat niet alle papiersoorten geschikt zijn voor digitale druk.

De gevoeligheid van digitale persen voor papiervochtigheid, omgevingstemperatuur, enz. heeft ook in bepaalde mate gevolgen voor de kleurstabiliteit. Hierdoor kunnen lichte afwijkingen ontstaan, zelfs bij drukwerk dat vanaf eenzelfde bestand en op eenzelfde pers, maar op een verschillend moment gebeuren.


Stap 5 – Afwerking


Er zijn geen droogtijden wat resulteert in drukwerk dat sneller kan verder verwerkt worden: plooien, snijden, ...

Wat we hier besproken hebben, is digitaal drukken volgens het xerografisch principe. Er bestaan nog heel wat andere vormen van digitaal drukken. Op sommige toestellen wordt de toner eveneens via een rubberen tussendrager overgezet op het papier.

Daarnaast ken je ongetwijfeld het inkjet-principe dat (naast de printers voor thuis-gebruik) ook toegepast wordt in groot-formaat printers. Er bestaan zelfs inkjetprinters die aan gigantisch hoge snelheid reclamedrukwerk drukken, eveneens met papieraanvoer op rollen, vergelijkbaar met rotatie-offset.


Opstartkost en totale kost


De bespreking van de verschillende (technische) stappen maakt duidelijk dat in het digitaal drukprocedé quasi onmiddellijk kan gestart worden met drukken. De vaste opstartkost is zeer laag.

De variabele kosten bij deze drukmethode zijn echter hoger. Net zoals andere hoogtechnologische machines zijn digitale drukpersen nogal gevoelig voor omgevingsfactoren. Tegelijk functioneren ze niet in een steriele serverruimte, maar in een productieomgeving. Dit maakt ze behoorlijk onderhoudsintensief. Omdat het zeer gesofistikeerde toestellen zijn, is het onderhoud ook niet goedkoop. De fabrikanten van de digitale persen lossen dat meestal op door een 'klikprijs' te rekenen aan hun klanten, de digitale drukkers. Deze rekenen op hun beurt per 'klik' door aan hun klanten. De prijs per exemplaar daalt dus niet bij een hogere oplage, zoals dat wel het geval is bij offsetdruk.

Digitaal drukwerk is dus aangewezen bij kleinere oplagen en bij drukwerk dat snel klaar moet zijn.

Is er een verschil in de kwaliteit van het drukwerk?


In de voorbije jaren was er een duidelijk verschil tussen beide drukmethoden waarbij offset drukwerk duidelijk beter resultaten gaf. Nu is de kwaliteit tussen de beide vormen van drukken minimaal tot onbestaande.

Wanneer je twee exemplaren naast elkaar vergelijkt, zal de doorsnee gebruiker geen of weinig verschil zien. Heb je in je drukwerk veel kleine en fijne letters of details (en zijn deze voor jou belangrijk), dienen foto’s haarscherp gedrukt te worden, dan kan het aangewezen zijn voor offset drukwerk te gaan. Ook hier moet je dan wel met betere kwaliteiten van papier werken dan degene die standaard gebruikt worden.

Wanneer kies je voor offset en wanneer voor digitaal drukwerk?



Waar ligt het omslagpunt


Een grote oplage wordt steeds in offset gedrukt, een kleine oplage steeds digitaal. Waar het omslagpunt precies ligt, is niet éénduidig vast te leggen.

Het is afhankelijk van:

  • de mogelijkheden en het machinepark van je drukker

  • de specificaties van je drukwerk: formaat, aantal bladzijden, zwart/wit of kleurendruk.

Gewoonlijk ligt het rond een paar honderd exemplaren. Wanneer er twijfel is, loont het de moeite om de prijs voor beide drukvormen te laten berekenen.


295 keer bekeken

Dageraadlaan 12

3360 Korbeek-Lo

België

+32(0)475/355.007

info@deboekmakerij.be

© 2020 door deBoekmakerij.

  • White Facebook Icon
  • White LinkedIn Icon
  • White Instagram Icon